In onze Fietsvisie 2040 hebben we als doel gesteld dat in 2040 50% van de verplaatsingen binnen de bebouwde kom per fiets gebeurt (p.24). Om de voortgang richting dit doel te volgen, vragen we jaarlijks adviesbureau Goudappel om een analyse te maken van het ODIN-onderzoek.
Het onderzoek Onderweg in Nederland (ODIN), dat het CBS uitvoert in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, brengt in kaart hoe mensen zich verplaatsen in Nederland. Het levert een landelijk beeld op van mobiliteitsgedrag: hoeveel mensen fietsen, lopen, reizen met het openbaar vervoer of gebruiken de auto. De analyse van Goudappel kijkt niet alleen naar dit landelijke beeld, maar zoomt ook in op 10 regio’s die samen een representatief beeld geven van verschillende soorten van stedelijkheid in Nederland.
5 jaar analyses
Goudappel heeft inmiddels vijf jaar aan analyses voor ons uitgevoerd, waaronder de COVID-jaren die het verplaatsingsgedrag sterk hebben beïnvloed. Ondanks de bijzondere omstandigheden in deze periode, proberen we op basis van deze vijf jaar enkele conclusies te trekken. In het vervolg beschrijven we de ODIN-analyses in drie stappen: eerst de methode, vervolgens de bevindingen en tot slot proberen we hieruit conclusies te trekken.
ODIN-analyses
De dataset van ODIN (voorheen MON en OViN) is gebaseerd op een landelijke steekproef van zo’n 45.000 mensen, die willekeurig worden geselecteerd en voor één dag een reisdagboek invullen. Op basis van deze gegevens stelt het CBS, via wegingen, een representatief beeld op van het verplaatsingsgedrag in Nederland.
Voor landelijke analyses is deze steekproef zeker wel voldoende. Op gemeentelijk niveau schiet de datakwaliteit echter vaak tekort om daar een betrouwbaar beeld van te krijgen. Om toch een beeld te krijgen van de ontwikkeling in zowel stedelijke als niet-stedelijke gebieden hebben wij in onze opdracht aan Goudappel 10 regio’s benoemt. Sommige regio’s omvatten maar één gemeente (bijvoorbeeld Rotterdam, Utrecht, Súdwest-Fryslân), andere meerdere gemeenten (zoals de Regio Food Valley of het Groene Hart). Deze selectie geeft inzicht in uiteenlopende typen gebieden en maakt het mogelijk om verschillen en ontwikkelingen in mobiliteitsgedrag beter te duiden.
De 10 geselecteerde regio’s zijn:
• Utrecht
• Rotterdam
• Regio Food Valley
• Noord-Brabant G4
• Groene Hart
• Súdwest-Fryslân
• Noordoost-Groningen
• Twente
• Regio Parkstad
• Regio Alkmaar
Bevindingen
Een belangrijke vraag in de analyses van Goudappel: hoe ontwikkelde het aandeel van de fiets in de zogenoemde modal split in de verschillende regio’s? We zien daarbij een licht dalende trend in het aandeel fietsverplaatsingen. Al lijkt een aantal gemeenten de lijn omhoog na covid wel weer te hebben gevonden.

In deze vijf jaar zijn enkele opvallende ontwikkelingen zichtbaar:
- Toename van lopen
Het aantal verplaatsingen te voet is met bijna 6% gestegen. Deze stijging is zichtbaar in vrijwel alle regio’s, met als uitschieter Regio Parkstad (+9%). Alleen in het Groene Hart daalde het aandeel lopen (-7%). - Fietsen: regionale verschillen
In de meeste regio’s daalde het aantal fietsverplaatsingen. De sterkste daling was in Noordoost-Groningen (-8%). Ook hier vormt het Groene Hart een uitzondering: het aandeel fietsen steeg met 3%. - Beperkte rol voor OV
Binnen gemeenten blijft het aandeel openbaar vervoer beperkt, met uitzondering van Rotterdam. Daar is het OV, ondanks een daling van 2,5 procent, nog steeds goed voor 10% van alle verplaatsingen. Niet echt nieuw, wel belangrijk om te blijven zien. - Opmars van de e-bike
De e-bike is veel meer aanwezig in weinig stedelijk gebied. Bijna 12% van de verplaatsingen in weinig stedelijk gebied ten opzichte van 9% in sterk stedelijk gebied. Maar in alle typen gebieden neemt het aandeel e-bike jaarlijks toe. - Meer fietsen in stedelijke gebieden
Naarmate een gebied meer stedelijk is, neemt het aandeel fietsen in alle verplaatsingen toe. In geen van de onderzochte regio’s heeft de fiets echter een aandeel van 50% of meer.
Conclusies
De COVID-periode heeft het verplaatsingsgedrag in Nederland veranderd. Wandelen is structureel belangrijker geworden, niet alleen tijdens, maar ook na de pandemie. Deze ontwikkeling hangt ook samen met de emancipatie van voetgangersbeleid. In veel steden zijn een sommige bestemmingen al alleen te voet goed bereikbaar.
Hoewel het fietsgebruik na een terugval in de coronajaren weer in de lift zit, heeft het wel fors vertraging opgelopen in zijn groei. Qua afgelegde afstand is er al herstel zichtbaar, maar het aandeel van de fiets in het totale aantal verplaatsingen is nog steeds aanzienlijk lager dan in 2019.
Op weg naar 50%?
In geen van de onderzochte regio’s is het fietsaandeel in 2023 boven de 50% uitgekomen. In Utrecht, waar het aandeel in 2019 nog op 50,6% lag, is dit in 2023 gedaald naar 45,3%. Ook landelijk nam het aandeel fiets af: van 39% in 2019 naar 35,6% in 2023. Hoewel er voorzichtig herstel zichtbaar is, is een stevige beleidsimpuls nodig om de doelstelling van 50% in 2040 te halen. Van belang is dat het aandeel lopen landelijk bijna even hoog is als dat van de fiets. Landelijk is het aandeel lopen en fietsen samen maar liefst 69,5% van de binnengemeentelijke verplaatsingen tot 7,5 kilometer.
Wil je meer weten over deze analyse of het onderzoek? Stuur een mail naar Jaap Kamminga met in de onderwerpregel: ODIN-onderzoek.
Een lijst met artikelen
-
Hoe ziet het fietspad van de toekomst eruit? Hoe ziet het fietspad van de toekomst eruit?
Samen met Wageningen University & Research onderzochten we hoe de Nederlandse fietsinfrastructuur toekomstbestendig kan worden.
Gepubliceerd op: -
Nieuwe regels voor lichte elektrische voertuigen en helmplicht voor jonge e-bikers in consultatie Nieuwe regels voor lichte elektrische voertuigen en helmplicht voor jonge e-bikers in consultatie
Het ministerie heeft een nieuw voorstel voor de regelgeving rond lichte elektrische voertuigen (LEV’s) ter consultatie gepubliceerd. Onderdeel van het voorstel is een helmplicht voor alle bestuurders en passagiers jonger dan 18 jaar op een e-bike.
Gepubliceerd op: -
Nieuwe regels voor fietsparkeren Nieuwe regels voor fietsparkeren
Sinds 29 mei gelden er nieuwe landelijke regels voor fietsparkeren. Deze komen voort uit de Europese richtlijn EPBD IV. Het is goed om hiervan op de hoogte te zijn in gesprekken met de gemeente. We leggen jullie daarom graag kort uit wat de nieuwe regels betekenen.
Gepubliceerd op: