De fiets in landelijke gebieden

In deze verkeerskundige rubriek kijken we naar aandachtspunten voor de landelijke gebieden. Soms krijgen we namelijk vragen van afdelingsvrijwilligers om advies voor inspraak bij verkeers/fietsplannen voor buiten de bebouwde kom.

Landelijke-gebieden

Landelijk gebied: groei en krimp

Bij krimp denken we vooral aan verlies van draagvlak voor openbaar vervoer, voorzieningen en winkels als gevolg van of gevolgd door dalende inwonertallen. Dat resulteert in oplopende afstanden en toenemend autogebruik. Allemaal niet best voor de fietsbaarheid. Maar ook een groot deel van de landelijke gebieden ontvolkt niet (meer). Daar voelt de fietser de druk van de verstedelijking, zich uitend in verrommeling met auto-aantrekkende functies. En overal waar geen fietspaden zijn, bedreigt landbouwverkeer en sluipverkeer van auto’s de fietsers.

Wat zijn aandachtspunten voor het fietsen in de landelijke gebieden/het fietsen buiten de kom?

Hieronder een aantal tips.

Routenet: vragen en aanvullen waar nodig

Allereerst hebben we in het landelijke gebied een bestuurlijk vastgesteld doorgaand routenet fiets nodig, dat aansluit op de routes in de bebouwde kommen.  Een goed mobiliteitsplan/fietsplan laat dat netwerk zien. Het doorgaande routenet dient een synthese te zijn van routes die voor ‘utilitair’ en voor ‘recreatief ‘ gebruik een doorgaande functie hebben. Het bestuurlijk vast te stellen netwerk dekt niet alleen routes die nu al begaanbaar zijn, maar ook routes die nieuw nodig zijn, of verbeterd moeten worden. Denk bijvoorbeeld aan het verminderen van de barrièrewerking van wegen, spoorlijnen en kanalen door aanleg van fietstunnels/-bruggen. Met de (aanstaande komst van) de Omgevingsvisie is het zaak die routes in die visie mee te nemen.

Het landelijke gebied is ook het gebied waar de grootste lengte aan snelfietsroutes kan worden gehaald: snelle fietsverbindingen stad-landelijk-stad. Wanneer er bij je gemeente of provincie aan snelle- of doorfiets-routes wordt gedacht, dan laten meenemen in de Omgevingsvisie.

Auto-overlast aanpakken

Voorkómen dat er auto-aantrekkende bedrijvigheid komt binnensluipen is in het landelijk gebied essentieel voor de fietsbaarheid. Ook kan in de landelijke gebieden het autoverkeer enorm aanzwellen op piekdagen van attractiepunten zoals zwemplassen en schaats gelegenheden; of door evenementen. Voor fietsers vormt het dan ongebreideld langs  erftoegangswegen in – en uit parkerende autoverkeer een grote bedreiging. Maar ook staan veel landweggetjes bloot aan sluipverkeer dat files op de N- en A-wegen mijdt in het woon -werkverkeer.

In het landelijk gebied is er lang niet altijd ruimte of budget voor het realiseren van fietspaden als antwoord op (hard rijdend) sluipverkeer of – bestemmingsverkeer met de auto.  Een goed mobiliteitsplan of Omgevingsplan- streeft naar bescherming van fietsers tegen teveel en te hard rijdend autoverkeer op landwegen van het doorgaande routenet fiets.  Dat kan met (aan tijd gebonden) fysieke maatregelen zoals verzinkbare palen of permanente blokkades voor autoverkeer. Soms is het alsnog mogelijk fietspaden naast een drukke erftoegangsweg te realiseren. Brommers mogen van die paden naast 60 km wegen geweerd worden.

Andere aandachtspunten op routes afzonderlijk

Het is de bedoeling dat eenmaal aangewezen doorgaande routes ook in de gladheidsbestrijding zitten.  Binnen de kom mag je die van het hele routenet  verwachten, maar erbuiten zul je al gauw routes moeten kiezen, zoals die van en naar school.

Fietsers op landwegen en parallelwegen waar geen fietspad is, hebben vaak te maken met zwaar landbouwverkeer. Doorgaande fietsroutes op alle wegen smaller dan 5,5 m zouden eigenlijk vrij van deze voertuigen moeten zijn  om te voorkomen dat fietsers van de weg worden gereden.  Met ontheffing mogen landbouwvoertuigen tot 3,5 m breed zijn!  .

Snelheid remmende maatregelen worden nogal eens verkeerd aangelegd: met paaltje-achterommetje voor fietsers. Beter zijn verkeersdrempels van asfalt over de volle wegbreedte, zonder paaltjes.  Het is een misverstand  dat een max.  van 30 alleen op erftoegangswegen binnen de kom mag worden ingesteld. Buiten de kom is standaard zone 60, maar op wegen waar dat gevaarlijk is, bijvoorbeeld omdat er veel auto’s zijn en veel gefietst wordt, mogen wegbeheerders ook 30 km instellen.

In de landelijke gebieden is vaak weinig licht in de nachtelijke uren. Op het doorgaande routenet zou je kunnen pleiten voor verlichting, dan wel goede markering van fietspaden en smalle landwegen. Dit is om het van de weg afraken van de fietser te voorkomen.

Vaak is het wegdek van landwegen en fietspaden vandaag de dag wel van asfalt. Ken je nog routes met hobbelige klinkers of verpulverd asfalt? Of met moddersporen en plassen? Draag delen van het routenet fiets met een slecht wegdek / gevaarlijke bermen voor als aandachtspunt in het mobiliteitsplan/fietsplan/ Omgevingsplan/ of Omgevingsvisie.

In het landelijk gebied kan sprake zijn van gevaarlijke oversteekplaatsen van verkeersaders. Vaak is dan niet de gemeente maar de provincie de wegbeheerder. Aanleg van rotondes, toevoeging van een voldoende breed  middeneiland en verkeersdrempels kunnen dan worden geadviseerd.  Bij drukke N-wegen kan een fietstunnel zowel auto als fiets veilig over de kruising  helpen.  Het zonder meer opheffen van oversteken is zelden een goed idee.

Voorrang voor de fiets bij kruispunten is in het landelijk gebied schaars. Dat komt omdat daar anders dan binnen de kom de fietsers over het algemeen met te kleine aantallen zijn om bij autobestuurders genoeg attentie voor fietsvoorrang op te wekken.  Gelukkig is lang niet elk kruispunt zo druk met auto’s, dat fiets voorrang er veel toe doet in het oponthoud. Voorrang voor fietsroutes kan nog wel worden bepleit voor fietsstraten en solitaire fietspaden op kruispunten met kleine erftoegangswegen.

In de landelijke gebieden vervult de fiets vaak een aanvullende of zelfs vervangende rol voor het openbaar vervoer.   Dat  leidt tot  behoefte aan voldoende aantallen goede en veilig bereikbare stallingsplaatsen bij bushaltes van lange buslijnen.

Smalle fietspaden en recreatieve ommetjes

De landelijke gebieden zijn het domein van de recreatieve fietstochten.  Fietspaden/ landwegen die in trek zijn bij recreatieve fietsers kunnen deel uitmaken van het doorgaande routenet fiets.  Maar ook lokaal geliefde routes met meer het karakter van een recreatief ommetje,  vragen om bescherming tegen afsluiting, doorsnijding en aantasting.

Met  steeds meer oudere fietsers die betrokken raken bij eenzijdige ongevallen of fietsongevallen, rijst de vraag of  smalle (schelpen)fietspaadjes door natuur nog wel kunnen worden verantwoord. Wat kan je nog vragen om verbetering bij de groene wegbeheerder?

Aan te bevelen is  alvast het  knooppuntennet en de LF routes op te vatten als doorgaand recreatief routenet. Die moeten voor het hele fietsende publiek veilig berijdbaar zijn.  De overige (smalle, onverharde) fietspaden door natuur kunnen op eigen risico blijven opengesteld.